Wat is mijn achtergrond?

Geboren in Utrecht op 14 augustus 1961. Vanaf mijn vroege jeugd maakte ik mij zorgen over de waterverontreiniging en over het inademen van zuurstof, waardoor die op zou gaan raken. Hier heb ik op de lagere school spreekbeurten over gehouden. Toch was ik op school weinig gemotiveerd en werd gekarakteriseerd als 'lui' en moest maar wat 'met mijn handen' gaan doen.


Via de MAVO, HAVO heb ik in Voorburg de HTS opleiding Chemische Technologie afgerond. Dat leek mij een goede basis voor het milieuwerk dat ik graag wilde doen. Na de HTS heb ik een jaar vrijwilligerswerk gedaan, zoals een werkelozen project, allerlei activiteiten in een jeugdsoos en het organiseren van concerten. Ondertussen had ik succesvol beroep aangetekend tegen de dienstplicht en kon ik aan de slag bij het IMAU aan de Universiteit Utrecht waar een klein groepje wetenschappers de eerste ammoniakconcentratie metingen deed, emissiekaarten maakten en ook verspreidingsmodellen ontwikkelde. Zo ben ik in de stikstofproblematiek gerold en er nooit meer uitgekomen. De groep verhuisde naar het RIVM in Bilthoven en ik kon mee. Daar heb ik metingen van de droge en natte depositie van verzurende en vetmestende stoffen gedaan, modellen gemaakt voor de bepaling van de depositie van verzurende stoffen. In 1992 ben ik op dat werk gepromoveerd aan de Universiteit van Utrecht. 


Na 10 jaar RIVM ben ik verhuisd naar het Energieonderzoek Centrum Nederland in Petten. Daar was ik eerst hoofd luchtkwaliteit en daarna unit manager Schoon Fossiel en Biomassa, Kolen en Milieuonderzoek. Ik heb hier veel geleerd over technologie, commercialisatie van technologie, pattentering, management van hoger opgeleiden en verantwoordelijkheid nemen voor een organisatie. In 2009 ben ik aangesteld als buitengewoon hoogleraar Integrale Stikstofstudies aan de VU. Ik heb deze functie 10 jaar lang vervuld. De laatste 5 jaar werd de leerstoel door het Wereld Natuur Fonds gefinancierd. In 2012 ben ik als directeur-bestuurder van het Louis Bolk Instituut begonnen. Hier heb ik geleerd om meer met een systeembril naar maatschappelijke problemen te kijken en de systeemkarakteristieken te doorgronden. Zo is het conceptueel kader biodiversiteit ontstaan en de weg naar praktijkgerichte oplossingen in de landbouw, voedsel en gezondheidsproblemen. Ik ben daar nog steeds werkzaam.